zaterdag 25 oktober 2008, door redactie leuvencentraal
De Leuvense voetbalclub Oud-Heverlee-Leuven speelde afgelopen weekend haar eerste thuiswedstrijd met de twee nieuwe extra-tribunes. Het werd een sfeervolle match tegen Antwerp die met 1-2 verloren werd. De vurige gezangen van de Antwerpse supporters enerzijds en een met regionale jeugdvoetballers gevulde andere tribune, waren een waardige inhuldiging. Een dag later kwam het bericht dat de Vlaamse Gemeenschap dan toch geen nieuw stadion zou meefinancieren. De Leuvense politici steigeren.
De uitbreiding van het stadion aan Den Dreef in Heverlee door een tribune achter elk doel, werd op korte tijd geklaard en zal de sfeer rond het veld zeker ten goede komen. Tot voor kort lag er nog altijd een deel van de oude atletiekpiste rond het voetbalveld, waardoor het publiek dat achter de doelen stond – en daar stonden de bezoekende supporters altijd- een heel eind van het veld verwijderd was, en het bovendien zonder dak boven het hoofd moest stellen. Gelukkig is dat verleden tijd.
Zowel bestuur als stad dromen echter van een volledig nieuw stadion. Over de lokatie bestaat nog wat discussie, maar enkele naburige velden van de Brabanthal staan met stip bij de kanshebbers. De idee voor een nieuw stadion groeide naargelang OHL vorige jaar even de weg naar eerste klasse leek ingeslagen met goed voetbal en een hoge stand in tweede klasse. Een stadion met meer capaciteit zou nodig zijn indien de hoogste divisie zou gehaald worden. Hoewel we daar vandaag ver af zijn, toch kwam het nieuws uit Brussel hard aan.
De 50 miljoen Euro die minister van sport Anciaux heeft voor nieuwe sportstadions, is al een hele tijd onderwerp van speculatie. In Leuven hoopte men vast bij de begunstigden te horen. Nu maakte de minister echter bekend dat alleen clubs uit de hoogste voetbalklasse aanspraak kunnen maken op het budget.
Zowel Patricia Ceysens, Carl Devlies als Louis Tobback vinden dat niet kunnen, omdat dit er in de vorige plannen van de minister anders uitzag. De Leuvenaars beroepen zich op de eerdere belofte dat elke provincie een nieuw stadion zou mogen bouwen. Voor Vlaams-Brabant zou dat dus Leuven zijn. Tobback roept de Leuvense parlementsleden Ceysens en Vandebroucke op om zich in Brussel te laten horen. Verder zegt hij zich niet op te winden door de fratsen van Anciaux, én dat diezelfde Bert zich weer door zijn obsessie voor Brussel laat lijden waardoor Vlaams-Brabant opnieuw achtergesteld wordt. Tobback refereert ook nog naar een studie over de leefbaarheid van een eersteklasse club in Vlaams-Brabant. Leuven zou daar als enige mogelijke lokatie zijn uitgekomen (op basis van het potentieel aan bezoekersaantallen, sponsering, …).
Uit deze ophef spreekt vooral ook de goede relatie tussen het bestuur van OHL en de Leuvense politiek. Het criterium om te pleiten voor een nieuw stadion blijkt niet meer het behalen van eerste klasse, maar een studie die de extrasportieve perspectieven in kaart brengt.
De supporters ondertussen kijken vooral uit naar de volgende thuismatch tegen Namen op 2 november, in de stand de naaste buur van de Leuvenaars. ‘En doar is moe ien plezante compagnie, Leuven is iej …’