http://www.leuvencentraal.org
Verstuur dit artikel via mail title= Verstuur dit artikel via mail

Natuur in Heverlee

woensdag 12 november 2008, door Joris Menten

De groene rand van Heverlee staat onder druk van uitbreidende woon- en industriegebieden, ook voor de inplanting van een nieuw voetbalstadion wordt begerig naar dit gebied gekeken. Bewoners, landbouwers, natuurliefhebbers en verenigingen fronsen de wenkbrauwen. Over de natuur die hier bedreigt wordt, leren we meer via de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud die ons meenemen voor een wandeling.

In Heverlee ligt een van de oudste intacte kloostercomplexen van Vlaanderen: de Abdij van ’t Park. Het is een bekende toeristische troefkaart voor Leuven. Minder bekend is echter dat de aanliggende vijvers een zeer hoge natuurwaarde kennen - met broedende Woudaapjes als voorlopige steracteurs. We bezoeken de vijvers van de Parkabdij en ontdekken nog enkele andere hoekjes natuur in Heverlee.

De start aan de abdij

We beginnen onze wandeling aan de ingang van Abdij van ’t Park aan de Geldenaaksebaan in Heverlee. We wandelen naar de abdij en zien aan onze linkerkant een mooi brongebiedje met lisdodde en ander moerasplanten. Dit is een van de vele plekjes waar de Stad Leuven en de Vrienden van de Abdij ’t Park de natuurrijkdom van deze (natuur-)historische plek proberen te vergroten door beheersinbegrepen. Nadat we door de Mariapoort zijn gegaan, slaan we het pad rechtsaf in.

Hier komen we aan het vijvergebied van de abdij. Historisch zijn deze vijvers aangelegd om de paters van de nodige vis te voorzien. Voor de watervoorziening van de vier vijvers zorgt de Molenbeek. De vijvers vervullen niet langer hun rol van viskweekvijvers, maar vormen nu een bijzonder rijk natuurgebied net aan de grens van de Leuvense agglomeratie. Nu ja, aan de grens ..., nu al is het gebied langs 3 kanten ingesloten door bebouwing. Als het stadsbestuur zijn zin krijgt en verdere verkavelingen doorgaan, ligt het gebied binnenkort gewoonweg midden in de stad. In het Parkveld is onder andere een woonwijk gepland - eufemistisch door de planologen van de stad een woon-„bos” genaamd.

Maar genoeg doemdenken: nu nog kent het gebied een rijke en opmerkelijke vogelfauna. Allerlei riet- en moerasvogels vinden hier voldoende rust en voedsel om tot broeden te komen. De parel aan de kroon is zeker en vast het koppeltje Woudaapjes dat waarschijnlijk reeds tweemaal hier zijn jongen grootbracht. In herfst kunnen allerlei trekvogels hier opduiken en enkel uurtjes pleisteren. Geregeld hier langskomen levert zonder twijfel enkele bijzondere waarnemingen op.

Het is dan ook opmerkelijk dat we direct al van de vijvers wegwandelen. We gaan immers rechtdoor, langs het waterwinningsstation. Maar niet getreurd: op het einde van onze wandeling bezoeken we alle vijvers. Aan de Abdijstraat gaan we rechtsaf, we steken de Geldenaaksebaan over, en gaan dan links de Milse weg in. Hier komen we aan het militair domein van Heverlee. Dit is helaas niet toegankelijk maar door het wandelpad aan de grens van het domein te nemen krijgen we toch een impressie van de natuur van dit gebied. Hier nemen we ofwel het fietspad in de holle weg of het wandelpad rechts boven dit fietspad. Beneden kunnen we genieten van het opmerkelijke geologische fenomeen dat zo’n holle weg toch is; boven kunnen we iets meer van het militair domein zien. Dit gebied is een van laatste grotere zandige, heideachtige terreinen die onze streek nog kent. Vroeger was heide vrij gewoon in het Dijland, maar nu zijn er nog slechts enkele restanten van te vinden. Ook het militair domein is sterk verbost en behoudt nog slechts enkele relicten van typische heide fauna en flora. In de zomer zien we hier zandloopkevers en andere insecten van zandige grond. In de herfst, vinden we hier tal van paddenstoelen die typisch zijn voor bossen op armere zangrond. De meest bekende is wellicht de Vliegenzwam met zijn rode hoed met witte stippen die gebonden is aan berken. Ook bijvoorbeeld de Braaksrussula groeit hier. Daarmee is mijn paddenstoelenkennis echter uitgeput, dus moet je andere soorten maar zelf ontdekken. Doorheen het hele jaar horen we hier de ijle roepjes van Goudhaantjes en Kuifmeesjes.

Een passage over het industrieterrein

Na een kilometer passeren we de Leuvense schaatsbaan en even verder gaat onze wandeling links de industriezone van Haasrode in. Liefhebbers van kleine vogeltjes gaan misschien eerst nog even rechts om de ruderale terreinen van de het militair domein af te speuren voor allerlei zangvogels. De onkruidenzaden hier trekken vaak Putters, Kneus en andere zaadetende zangvogels aan.

In de industriezone volgen we de Ambachtenlaan. Dit is misschien een vreemde plek voor een natuurwandeling, maar trekvogels trekken zich niets van wat wij als natuurliefhebbers storend aanzien. Ze stoppen gewoon waar ze voedsel vinden, en de gladgeschoren gazonnetjes zijn ideaal voor piepers, tapuiten en lijsters om regenwormen te zoeken. Daarnaast zijn rozenbottelhagen gekende trekpleisters voor invasies van Pestvogels en in de ruigere terreinen landen elk jaar welk enkele Barmsijsjes.

Ook botanisch is het hier geen woestijn. De geregeld gemaaide gazonnen kunnen, indien ze niet te veel bemest worden evolueren naar bloemrijke graslanden. Wilde peen, Duizendblad, Muizenoortje, en havikskruiden kunnen overvloedig bloeien. In de berm vinden we Marjolein en andere planten van drogere terreinen. Al deze bloemen trekken natuurlijk ook insecten aan. Ruigere hoekjes van industriezones zijn vaak geschikte plekken om Koninginnepage en Bruin blauwtje te zoeken.

Aan de splitsing van de Ambachtenlaan volgen we de linkse tak en komen even verder op de Geldenaaksebaan uit. Aan het drukke kruispunt volgen we even het fietspad langsheen de N25 in de richting van de Kessel-lo. Aan de verkeerslichten nabij de Brabanthal kunnen we gelukkig linksaf en wandelen terug door het open veld. Tijdens de najaarstrek is het hier de moeite om de velden af te speuren naar pleisterende Tapuiten of misschien zelfs een Duinpieper. We volgen het pad tot de grens van het domein van het St.-Albrechtscollege waar we rechts gaan. Aan onze linkerkant zien we nieuwe en oude architectuur broederlijk naast elkaar: de Philipstoren flankeert de toren van Abdij van ’t Park. Wanneer we terug aan de N25 komen gaan we linksaf en gaan even verder rechts de Duivelsweg in. Hier overwinteren vaak Roodborsttapuiten; geregeld komen ze ook tot broeden. Dat alles mogelijk is bewijst ook de Kwartelkoning die hier een tiental jaren geleden in een braakliggende akker zong.

Daar is de Abdij weer

Aan de spoorweg gaan we links en even verder kunnen we door het poortje (linksaf) weer het domein van Abdij ’t Park in. Nu kunnen we alle vijvers geduldig afzoeken. Tussen de courante eendjes en futen schuilt misschien een zeldzaamheid en is dat geritsel in het riet geen Roerdomp? Die blauwe flits boven het water is ongetwijfeld een Ijsvogel. Hou je ogen en oren alleszins maar goed open, ... Na iets minder dan een kilometer komen we terug op punt 2, van waar we terug naar ons startpunt kunnen.

We kunnen natuurlijk ook nog even wat cultuur opsnuiven en de abdij bezoeken. Een interessante plek is ook voor de korstmossenliefhebbers is het kerkhof van de abdij. Steenbewonende korstmossen zijn immers sterk bepaald door de ondergrond waarop zij groeien. Zure gesteenten kennen een andere korstmossenflora dan kalkrijke; jonge, onverweerde rotsen een andere flora dan oude, verweerde stenen; ruwe zijn anders dan gladde, ... En waar treffen we nu een grote verscheidenheiden van stenen aan? Juist: een eeuwenoud kerkhof. Korstmossen treffen hier een grote verscheidenheid aan rotsbewonende mossen en korstmossen aan. Voor niet kenners zijn ze moeilijk te onderscheiden, maar we kunnen alleszins genieten van de subtiele kleurenschakeringen.

Praktisch

Wandeling

Afstand: 5km

We volgen goede wandelpaden en rustige straten doorheen Heverlee. Enkel bij nat weer zijn laarzen nuttig. De vijvers van de Abdij ’t Park worden beheerd als natuurreservaat door de Vrienden van de Parkabdij en Natuurpunt Leuven. Blijf dus op de paden. Het startpunt van de wandeling ligt aan de Geldenaaksebaan. Hier zijn enkele parkeerplaatsen. Een grotere parking ligt aan het hoofdgebouw van de Abdij.

Deze wandeling biedt slechts een klein staalkaartje van de natuur die we op de grens van stad en platteland kunnen aantreffen. Met wat rondwandelen, kan je misschien nog andere verrassende ontdekkingen doen. Langs de spoorweg en de Tivolistraat in Leuven leven Muurhagedissen en zijn Blauwvleugelsprinkhanen waargenomen; op de Keizersberg leven Hazelwormen; boven de Oude markt jagen Boom- en Slechtvalken; op de oude muren van het Begijnhof groeien Kandelaartje, Muurvaren en Steenbreekvaren. Wie weet wat ontdek je zelf?Een jaar langs, geregeld ’s ochtend en ’s avonds langs de vijvers van de Parkabdij passeren levert je zonder twijfel een indrukwekkend waarnemingslijstje op. De ideale „local patch” zou Bill Oddie zeggen!

Openbaar Vervoer

De Geldenaaksebaan is goed voorzien van buslijnen. Meer informatie op www.delijn.be.

Stafkaart

Een stafkaart is niet echt nodig om deze wandeling te volgen, maar stafkaart Nr 32/1-2 (Leuven ) kan nuttig zijn.

Dit is een artikel uit het driemaandelijkse tijdschrift Tijdingen, jaargang 38, nr. 4, lidmaatschap en abonnement kosten 15 € per jaar, meer info op www.vhm-vzw.org, het infocentrum van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud bereik je via 016 230 558

Beginpagina

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.