Het annus horibles in mediasector
Het afgelopen jaar zal in annalen van de Belgische journalistiek geboekstaafd staan als "annus horribles". Nagenoeg alle mediabedrijven in ons land maakten herstructureringen bekend waarbij in totaal honderden werknemers moesten afvloeien waaronder tientallen journalisten. De directies motiveerden deze besparingsplannen met verwijzing naar de daling van inkomsten uit advertenties vanaf het 3e kwartaal van 2008, maar de VVJ en de vakbonden repliceerden door te wijzen op de nog steeds riante winstcijfers die deze bedrijven boekten en waarschuwden voor drastisch kwaliteitsverlies van het journalistiek eindproduct. Bij De Morgen en Le Vif/Express gingen de redacties over tot stakingen. Vlaams Minister-President Kris Peeters organiseerde in maart een Staten-Generaal voor de Media. Ondanks de straffe uitspraken die Peeters er deed volgde niets concreets.
SBS, dat de zenders VT4 en Vijftv overkoepelt, zette begin oktober 2008 de reeks herstructureringen in met de aankondiging dat er 9 werknemers weg moesten, waaronder 4 programmakers. Woordvoerder Kristof Demasure voorspelde toen reeds in De Morgen dat er harde tijden op komst waren voor de mediabedrijven. "Het dalende consumentenvertrouwen zal zijn gevolgen hebben voor de lokale advertentiemarkt", aldus Demasure. De volgende in de rij was de VRT. Op 25 november raakte bekend dat de openbare omroep de komende drie jaar 71,5 miljoen euro zal besparen en deze besparing voor 1/3e wil realiseren door het aantal personeelsleden tegen 2011 met 150 te verminderen. Door slechts de helft van de 300 mensen te vervangen die de openbare omroep in die periode verlaten dient niemand te worden ontslagen. Al in 2008 werden 30 vacatures niet ingevuld. Dezer dagen raakte bekend dat de VRT opnieuw 14,7 miljoen zal moet besparen. De consequenties daarvan voor het personeel zijn nog onduidelijk.
Diezelfde 25e november 2008 raakte ook de beslissing bekend bij Sanoma Magazines België om de publicatie van Milo, een maandblad dat in januari 2007 gelanceerd werd en zich richtte op de 45-plussers, stop te zetten wegens de tegenvallende advertentie-inkomsten. Voor de 9 betrokken medewerkers zou een andere functie worden gezocht in het bedrijf. Sanoma-CEO Aimé Van Hecke liet tegelijk weten dat er in de toekomst nog meer zal moeten bespaard worden en heeft het over 4 miljoen euro in 2009. Bij het bekendmaken van het besparingsplan medio 2009 zal echter blijken dat het te besparen bedrag liefst drie keer zo veel bedraagt. Al op 27 november waarschuwen enkele parlementsleden in de Mediacommissie van het Vlaams Parlement de toenmalige Mediaminister Kris Peeters voor de zware gevolgen van de financiële crisis voor de mediasector. Peeters antwoordt dat hij bereid is initiatieven te nemen om ervoor te zorgen dat de sector van de geschreven pers niet in te zware problemen komt.
De woorden van de parlementsleden zijn nog niet koud of eerst Corelio kondigt op 2 december aan 60 werknemers te willen ontslaan, waaronder 15 journalisten, 11 redacteuren en 4 layouters. De directie laat de freelance-fotografen op regioredacties weten dat ook schrijvende journalisten voortaan foto's zullen kunnen nemen en dat de tarieven voor een foto in een klap gehalveerd worden. Daags nadien kondigt De Persgroep aan dat er bij De Morgen 26 mensen moeten verdwijnen. 16 journalisten worden er met ontslag bedreigd wat overeenkomt met een kwart van de redactie. Als klap op de vuurpijl kondigt ook de Vlaamse Media Maatschappij (VMMA) enkele dagen later op 10 december aan 28 banen te willen schrappen in het kader van de herstructurering van haar afdeling televisie waaronder één journalist. De reactie op deze golf ontslagen is ongemeen hevig. De VVJ stelt in een mededeling "verbijsterd te zijn over de sociale bloedbaden"-. Samen met de vakbonden wordt het Mediaplatform nieuw leven in geblazen. Deze zal op 8 januari een gezamenlijke meeting organiseren in Brussel voor de vrijwaring en verbetering van de kwaliteit van het nieuws en behoud van werkgelegenheid in de mediahuizen.
De hevigste reactie op de golf ontslagen van begin december komt in eerste instantie van de persfotografen van Het Nieuwsblad. Op 9 december leggen regioreporters en fotograven enkele uren het werk neer. Na het mislukken van gesprekken met Corelio sturen ze op 15 december uit protest tegen de halvering van het tarief slechts de helft van hun foto op naar de krant. Ze lanceren ook de internetpetitie "Red de Persfotografie" die op twee weken tijd 1.500 handtekeningen oplevert en duiken met protestborden enkele keren op tijdens evenementen zoals het gesprek dat de VVJ en vakbonden begin december hebben met Kris Peeters. Ook bij De Morgen wordt op 9 december een uur het werk neergelegd. Peeters praat ondertussen met vertegenwoordigers van mediagroepen, journalisten en vakbonden en kondigt aan een Staten-Generaal van de Media te zullen organiseren. In het Vlaams Parlement stelt hij op 10 december te willen nagaan of de steun aan de pers net als in de Franse Gemeenschap gekoppeld kan worden aan voorwaarden inzake kwaliteit en onafhankelijkheid van redacties, een aloude eis van de VVJ.
Op het ogenblik van de aankondiging van de herstructurering bij De Morgen is er al grote onvrede op de redactie omwille van de plannen die de directie koestert om de redactie naar Kobbegem te verhuizen en nieuwe synergieën te creëren met andere redacties van De Persgroep. Dat Van Thillo ongeveer op hetzelfde moment de overname van het Algemeen Dagblad in Nederland finaliseert - waarvoor er blijkbaar wel geld is - scherpt het ongenoegen nog aan. In januari raakt bovendien bekend dat De Morgen minder beroep wil gaan doen op de eigen fotografen en meer op foto's van Belga en Photonews. Omdat De Morgen opnieuw wil snoeien in haar cultuurpagina's starten een aantal Vlaamse cultuurjournalisten overigens de actie "press for more" uit protest tegen het feit dat de kwaliteitskranten steeds minder plaats voorzien voor kritische cultuurjournalistiek. Het personeel van de Morgen legt op 17 februari een eigen besparingsplan op tafel waarmee de door de directie beoogde besparing van 3 miljoen euro zonder ontslagen kan worden gerealiseerd. Op 20 februari organiseert het personeel een solidariteitsfeest in de Brusselse KVS met als centrale boodschap aan Van Thillo dat zijn plan onherstelbare schade dreigt toe te brengen aan de kwaliteit van de krant.
Midden mei keurt het personeel van De Morgen het bereikte sociaal plan goed. Er zullen uiteindelijk 13 jobs verdwijnen waarvan 6 journalisten, 3 eindredacteuren, 2 layouters en 2 fotografen. De verhuisplannen naar Kobbegem worden in de kast opgeborgen. De bom barst echter daags nadien als bekend raakt welke journalisten zullen moeten opstappen. Het gaat om verschillende bekende namen zoals Hans Vandeweghe, Georges Timmerman en Bernard Dewulf, die zich daarenboven bovendien allemaal tijdens de onderhandelingen sterk hebben ingezet ter verdediging van de belangen van het personeel. "Het kan niet dat mensen die zich inzetten voor hun collega's op die manier worden geliquideerd", stelt de VVJ. Op 18 mei staakt het personeel zodat daags nadien voor het eerst in de geschiedenis van De Morgen geen krant verschijnt. Enkele dagen later houden een 150-tal lezers ook een protestmanifestatie aan de redactielokalen. 28 columnisten kondigen aan niet meer voor De Morgen te willen werken. De directie houdt echter voet bij stuk. Sindsdien zijn bovendien de ontslagenen ook al diverse andere journalisten uit eigen beweging opgestapt. Verschillende onder hen vinden werk bij Corelio. Opmerkelijk in het verhaal van De Morgen is dat de groep die namens de journalisten onderhandelde geregeld niet op dezelfde lijn zit als de vakbond (BBTK).
Ook bij Corelio slepen de onderhandelingen maandenlang aan, zij dat het allemaal veel minder rumoerig verloopt dan bij De Morgen. Begin maart publiceert het VUM-personeel in de eigen kranten wel een open brief aan de directie waarin ernstig sociaal overleg over de herstructurering gevraagd wordt. Via brugpensioenen, tijdskrediet, mutaties en vrijwillige vertrekken zal het aantal naakte ontslagen uiteindelijk beperkt blijven tot 13 waaronder 2 journalisten. In totaal worden 54 jobs geschrapt waarvan 10 van journalisten. Het aantal ontslagen bij Vlaamse Media Maatschappij (VMM) kan uiteindelijk slechts verminderd worden van 25 naar 23. Op de redactie van de nieuwsdienst sneuvelt één journalist. Dat het gaat om Luc De Smet, sinds jaar en dag actief bij de VVJ, lokt bij de journalistenvereniging een felle reactie uit. BBTK, de vakbond bij wie De Smet aangesloten is, gaat echter in op de vraag van de VMM om zijn bescherming als syndicaal afgevaardigde op te heffen.
In januari wordt er ook bij onze zuiderburen drastisch geherstructureerd. Zowel Rossel (Le Soir), Roularta (Le Vif), IPM (La Libre Belgique, La Dernière Heure) en RTV-TVI kondigen besparingsplannen aan. Enkel bij Le Soir/Le Soir Magazine en Le Vif/L'Express moeten er - respectievelijk 52 (waarvan 18 journalisten) en 4 (allemaal journalisten) - werknemers verdwijnen. Bij Le Vif/L'Express gaat het om de hoofdredactrice en 3 journalisten met allen meer dan 20 jaar anciënniteit. Ondanks een 6 dagen durende staking van alle Vif-journalisten trekt de Roularta-directie de ontslagen niet in. Bij Le Soir wordt een stakingsaanzegging ingediend. Tot een echte staking komt het evenwel niet. Wel wordt op 28 april gedurende 5 uur het werk neergelegd tegen de lage ontslagvergoedingen. Als de directie bereid blijkt om de premies voor de vrijwillige vertrekkers op te trekken en ook de premies voor tijdskrediet verhoogt wordt de dag zelf nog een akkoord bereikt. Uiteindelijk moeten 37 personen vertrekken, waarvan 17 met brugpensioen. Eind mei maakt Rossel overigens bekend dat het nog eens een 30-tal banen wil schrappen in haar drukkerij in Nijvel waar onder meer Le Soir gedrukt wordt.
Ondertussen blijkt dat een reeks andere mediabedrijven erin slagen besparingen door te voeren zonder naakte ontslagen. Zo werkt het persagentschap Belga een saneringsplan uit waarbij 4 van de 8 werknemers die de redactie op eigen initiatief verlieten niet vervangen worden. Het personeel moet wel 2 dagen verlof inleveren. Bij Concentra vraagt de directie de 600 personeelsleden om tijdelijk 5 procent loon in te leveren. Na overleg met het personeel wordt beslist dat iedereen gedurende twee jaar 2,5 procent van het brutoloon inlevert en in ruil 1 uur per week minder werkt. Ook bij IPM wordt gekozen voor een globale werktijdverkorting in combinatie met een beperkte inlevering. Alle personeelsleden schakelen er over op een 4/5e werktijdregeling en ontvangen een patronaal- en overheidssupplement om het loonverlies te compenseren. Bij Sud Press wordt voor 1 miljoen euro bespaard op verlofdagen, verplaatsingsonkosten en de hoogste barema's van journalisten. Ook RTL-V1 voert een besparingsplan uit zonder ontslagen. Freelancers krijgen er wel minder opdrachten. Minder fraai is dat Het Laatste Nieuws de ontslagen niet in één klap maar druppelsgewijs doorvoert, aan een gemiddeld tempo van 1 per maand.
De besparingen treffen ook niet alleen de mediabedrijven. Uit een rondvraag bij de 18 onafhankelijke productiehuizen die lid zijn van de VZW VOTP zoals Woestijnvis, Studio 1000, Eyeworks Entertainment... bleek in april dat er sinds het najaar van 2008 al minstens 55 vaste jobs en een onbekend aantal freelancers uit deze sector verdwenen zijn. Volgens VOTP-directeur Ellen Onkelinx is de situatie sindsdien nog verslechterd en is er van een verbetering van de situatie vooralsnog niets te merken. Er werken hier om de 700 voltijdse krachten. Voor de facilitaire bedrijven, die verenigd zijn in de Vlaamse Onafhankelijke Televisie Facilitaire Bedrijven (VOTF), zijn er geen cijfers bekend. Volgens insiders is het duidelijk dat er ook hier al heel wat jobs gesneuveld zijn. Ook in de Belgische reclamesector gaat het slecht. De Morgen meldt in mei dat er als gevolg van de economische sector op dat ogenblik in deze sector al zo'n 150 banen geschrapt zijn.
Begin juni maakt Sanoma Magazines Belgium haar lang verwacht saneringsplan bekend. Ondanks het feit dat Sanoma in 2008 3 procent meer omzet realiseerde dan het jaar voordien en de operationale winst ondanks een daling toch nog steeds 15,1 miljoen euro bedraagt wil dit mediabedrijf een 75-tal van de 521 werknemers laten afvloeien. De besparingsoperatie moet 12 miljoen euro opleveren. Enkel bij Humo moeten 2 journalisten weg. De Humo-redactie waarschuwt op haar website dat deze operatie zal leiden tot kwaliteitsverlies. De onderhandelingen over deze herstructurering lopen nog. De vakbonden en VVJ willen van de herstructurering niet weten gezien de riante winstcijfers en eisen het behoud van de volledige tewerkstelling. Begin oktober raakt bekend dat bij Het Nieuwsblad 6 journalisten hun job verliezen en dit nauwelijks enkele maanden nadat de gesprekken over het vorige collectief ontslag bij Corelio werden afgerond. De redactie laat uit protest in de vrijdagkrant van 2 oktober 1 pagina blanco en in de zaterdagkrant daags nadien 2. De ontslagen zijn volgens de redactie een compensatie voor eerdere aanwervingen. Op maandag belooft de directie de ontslagen te "bevriezen". De journalisten stoppen hierop de actie.
De Staten-Generaal
Hét evenement tijdens dit annus horriblis dat de meeste aandacht trekt is de Staten-Generaal van de Media die Vlaams Minister-President Kris Peeters op 19 maart bijeenroept in het Astrid Hotel in Antwerpen. Sarkozy citerend waarschuwt Peeters die dag in zijn openingstoespraak voor "de verpaupering van de media" als gevolg van "slecht betaalde en slecht uitgeruste journalisten met een onzekere toekomst" en pleitte hij voor rondetafelgesprekken over heikele thema's. De aanpassing van het wettelijk beroepsstatuut van de journalist zou als eerste worden aangesneden. "De organisatorische en werkomstandigheden in de media zijn niet te vergelijken met 1963 toen het statuut werd uitgewerkt. Daarnaast moeten we de verruiming van het statuut van de kunstenaar naar zelfstandige beroepsjournalisten, het statuut van freelancers en persfotografen en ook de bescherming van auteursrechten grondig bekijken". Hij riep tevens op na te denken over koppeling van Vlaamse perssteun aan de kwaliteit en onafhankelijkheid van redacties. Peeters liet toen uitschijnen dat dit eerste rondetafelgesprek nog voor de Vlaamse verkiezingen kon georganiseerd worden, maar dit bleek ijdele hoop. De stuurgroep met vertegenwoordigers uit diverse mediasectoren die alles in goede banen moest leiden kwam wel al eens samen. Het enige echt concrete resultaat van de Staten-Generaal is de 250.000 euro extra die Peeters belooft voor het Fonds Pascal Decroos.
VVJ-voorzitter Marc Van de Looverbosch zegt zich niet van de indruk te kunnen ontdoen dat de financiële en economische crisis als alibi gebruikt wordt om herstructureringsplannen door te duwen die al langer in de kast zaten en eist dat er een einde komt aan onderbezette en overwerkte redacties. Naar aanleiding van deze 1e Staten-Generaal publiceerde de VVJ in april samen met de vakbonden de 40 bladzijden tellende nota "Voor het behoud van het pluralisme en de kwaliteit van het nieuws" die raadpleegbaar is op onze website. Specifiek naar de Vlaamse overheid werd er onder meer voor gepleit de omvangrijke perssteun aan media afhankelijk te maken van een aantal voorwaarden. Zo mogen volgens de VVJ enkel redacties in aanmerking komen voor steun met minstens 10 beroepsjournalisten met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. De grootte van de steun dient afhankelijk gemaakt te worden van het aantal beroepsjournalisten in vast dienstverband. Andere voorwaarden voor steun zijn een sectorale en bedrijfseigen cao die de arbeidspositie van journalisten regelt, een tussen uitgevers en VVJ onderhandelde conventie waarin de vergoedings- en andere werkvoorwaarden van freelancers worden vastgelegd, een redactiestatuut en respect voor beroepsethische codes en uitspraken van de Raad voor Journalistiek. De steun moet volgens de VVJ ook afhankelijk worden gemaakt van projecten die de kwaliteit van het nieuwsaanbod verhogen.
Na de verkiezingen was het overigens opvallend dat de Vlaamse administratie pleitte in haar "memorandum aan formateur" Kris Peeters ook expliciet pleitte voor het voortzetten van de pas opgestarte activiteiten rond de Staten-Generaal van de Media. "Dit moet in overleg met beleidsverantwoordelijken en betrokken entiteiten resulteren in voorstellen naar het federale niveau rond onder meer met betrekking tot het beroepsstatuut van de journalist, de verruiming van het sociaal statuut van de kunstenaar en de problematiek van het auteursrecht". De administratie pleitte ook "voor een onderzoek naar andere maatregelen die de kwaliteit van de journalistiek kunnen bevorderen en bewaken en extra wetenschappelijk onderzoek om deze kwaliteit in kaart te brengen en verder te kunnen monitoren". Voorts werd gepleit voor een structurele verankering van de verdubbeling van de toelagen aan het Pascal Decroosfonds tot 500.000 euro die Kris Peeters tijdens de Staten-Generaal aankondigde.
Beleidsbrief Vlaams minister Ingrid Lieten
Een opvallend gegeven in de beleidsnota 2009-2014 van de nieuwe Vlaams Mediaminister Ingrid Lieten voor ons journalisten is de link die zij enkele keren maakt tussen de kwaliteit van media en de werkomstandigheden van de journalisten. "Het beleid om kwaliteitsjournalistiek te bevorderen moet en zal oog hebben voor de arbeidsvoorwaarden en sociaal-economische positie van journalisten en fotografen", aldus Lieten. De vraag "hoe het beleid een kwaliteitsvol medialandschap kan vrijwaren met voldoende aandacht voor aspecten die te maken hebben met de kwetsbaarheid en arbeidsvoorwaarden van werknemers in de mediasector" is dan ook een van haar grote uitdagingen. Ook het Vlaamse regeerakkoord stelt een mediabeleid in het vooruitzicht "dat vooral oog zal hebben voor de opleiding, arbeidsvoorwaarden en sociaaleconomische positie van journalisten en fotografen".
Lieten belooft een vervolg te breien aan de Staten-Generaal van de Media, die de vorige Mediaminister Kris Peeters op 19 maart in Antwerpen organiseerde naar aanleiding van de opeenvolgende herstructureringen. Ze wil net als Peeters een stuurgroep in het leven roepen "die actiepunten kan formuleren met betrekking tot het wettelijk beroepsstatuut van de journalist, de eventuele toepassing van het sociaal statuut van de kunstenaars op zelfstandige beroepsjournalisten, het statuut van freelancers en persfotografen en tot slot de problemen die veroorzaakt worden door het betalen van vergoedingen aan freelancers in de vorm van auteursrechten". "Sommige van de aangehaalde problemen betreffen beleidsmateries die ook bij het federale beleidsniveau aangekaart zullen worden", aldus Lieten. Peeters riep na de Staten-Generaal een stuurgroep met vertegenwoordigers uit diverse mediasectoren al eens een keer samen.
De nieuwe minister wil voorts ook de Vlaamse overheidssteun aan de geschreven pers "uitdrukkelijk gaan koppelen aan voorwaarden die de pluriformiteit versterken en de kwaliteit en redactionele onafhankelijkheid verhogen". Ze zal tevens onderzoeken hoe ook de Vlaamse overheidscommunicatie kan worden gekoppeld "aan voorwaarden inzake de kwaliteit en pluriformiteit van de pers". Lieten wil daarnaast het Vlaamse medialandschap continu gaan "monitoren" "om te weten waar er problemen zijn bijvoorbeeld op gebied van verstrengeling tussen redactionele en commerciële inhoud en of het decretaal kader eventueel aangepast moet worden". Ze wil tevens nagaan of er verbeteringen mogelijk zijn aan de journalistenopleidingen en in haar beleid ook aandacht schenken aan de navorming van journalisten.
Commentaar
We zijn in de eerste plaats bezorgd over de werksituatie en statuut van de journalisten en vinden in de beleidsbrief van Lieten een reeks goede aanzetten om hieraan iets ten goede te wijzigen..
1.De koppeling van de steun van de Vlaamse perssteun alsook de overheidscommunicatie aan voorwaarden die de kwaliteit en redactionele onafhankelijkheid versterken maken ons benieuwd wat komen gaat (blz.12) We verwijzen hier naar het standpunt dat de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en de mediavakbonden, verenigd in het Mediaplatform, bekendmaakten naar aanleiding van de Staten-Generaal.
"Krachtlijnen voor een nieuw toekenningssysteem voor perssteun ter
bevordering van de kwaliteit van de journalistiek en het nieuws
Steun wordt enkel nog toegekend aan redacties met minstens [10] beroepsjournalisten met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur;met een sectorale en bedrijfseigen cao die de specifieke arbeidspositie (loon-en arbeidsvoorwaarden) van journalisten regelt;
- met een tussen uitgevers en VVJ onderhandelde conventie waarin de vergoedingsen andere werkvoorwaarden van de freelance journalisten worden vastgelegd
- met een redactiestatuut dat de verhoudingen tussen directie, hoofdredactie en redactieraad vastlegt die de geldende beroepsethische codes respecteren en de werking en uitspraken van de Raad voor de Journalistiek aanvaarden.
Steun wordt enkel toegekend voor projecten die daadwerkelijk de kwaliteit van het nieuwsaanbod verhogen: een bewezen aangroei van het aantal beroepsjournalisten in vast dienstverband op
de redactie;
- het opzetten van een redactionele ombudsdienst;
- investeringen in nieuwe redactionele logistiek; opleiding, navorming.
De grootte van de steun aan redacties zal onder meer afhangen van het precieze aantal beroepsjournalisten in vast dienstverband op de redactie.
2.Ook het feit dat het beleid aandacht zal hebben voor de arbeidsvoorwaarden en sociaal-economische positie van journalisten en fotografen (blz.12) is een interessant uitgangspunt. Lieten wijst erop dat een aantal van de problemen beleidsmateries zijn die federaal zijn, maar stelt ze "dat op dat niveau zullen aangekaart worden". Het blijft allemaal vaag. Welke richting wil de VVJ uit? Opnieuw verwijzen we naar de voorstellen van het Mediaplatform dit voorjaar tijdens de Staten-Generaal.
a)Oprichting van een paritair comité voor de media
Het is opvallend dat de schrijvende pers niet over een nationaal paritair comité beschikt. Tot 1996 bestond wel nog een nationale cao tussen de Belgische dagbladuitgevers en de beroepsjournalisten die voor hen werken, maar deze overeenkomst werd door de werkgevers opgezegd, in essentie omdat de regeling hen te duur leek. Sindsdien gelden de nationale minimumregelingen van pc 218, al dan niet aangevuld door bedrijfscao's. Dat levert een versnipperd beeld op van verschillende regelingen, afspraken en procedures, zelfs binnen dezelfde persbedrijven. Op sociaal vlak zou het een stap vooruit zijn te kunnen beschikken over een ruimer sociaal overleg-en reguleringskader voor de pers. Daartoe is de oprichting van een nieuw globaal pc voor alle media de meest aangewezen oplossing. Hierin kan dan het pc 227 samen met de persbevoegdheid van andere pc's worden geïntegreerd. Enkel zo komt er een coherent sociaal kader voor de hele pers-en mediasector.
b) Kwaliteit van de informatie veronderstelt kwaliteit van de arbeid
In vele mediahuizen is sprake van te zware werkomstandigheden met onverantwoorde werkdruk. Werkdruk en flexibiliteit moeten daarom wezenlijk beheersbaar worden. In grote mate volstaat het daartoe dat de sociale wetgeving niet langer overtreden wordt.
Dat belet weliswaar niet dat deze wetgeving gespecificeerd kan worden volgens de situatie van de verschillende beroepsgroepen in elk mediabedrijf.
Een paritair comité is het ideale vehikel om hiervan werk te maken. Op korte termijn moeten in dit kader afspraken kunnen worden gemaakt over werktijden en uurroosters, overuren, thuiswerk, precaire contracten, zelfstandigen, ruimte voor opleiding en bijscholing, aflijnen van de polyvalente inzetbaarheid, onregelmatige diensten, en dies meer.
c) Inperking precaire statuten zoals tijdelijke en interimcontracten
Steeds meer beginnende mediawerkers worden bedacht met een tijdelijk of interimcontract. Dit kan beantwoorden aan bepaalde bedrijfsnoden, maar deze contracten blijken ook wel nodeloos lang te worden gehanteerd. Onder meer voor de (beginnende) journalist resulteert dit in onvoldoende werkzekerheid, wat maar moeilijk verenigbaar is met de noodzakelijke intellectuele onafhankelijkheid die nochtans elementair is voor echte persvrijheid.
d) Reactivering van oudere journalisten door gerichte sociale impulsmaatregelen. Het is in de mediasector, meer bepaald op redacties, een oud zeer: journalisten worden snel afgeschreven door hun bazen. Maar zelden halen journalisten een volledige loopbaan. Daardoor verdwijnt een belangrijke hoeveelheid 'geheugen' al te snel van de redactievloeren, wat rechtstreekse gevolgen heeft voor de kwaliteit van het nieuwsaanbod.
e)Een betere sociale zekerheid voor zelfstandige journalisten
e.1 Vermoeden van arbeidsovereenkomst voor de sociale zekerheid
Conform het bestaande kunstenaarsstatuut, moeten alle journalisten die tegen betaling prestaties verrichten voor een mediabedrijf, voor de sociale zekerheid als werknemers worden beschouwd. Het gaat om een weerlegbaar vermoeden, dat enkel kan worden weerlegd door een zelfstandigheidverklaring van de journalist. Met andere woorden: enkel journalisten met een zelfstandigheidsverklaring kunnen nog als zelfstandig journalist werken. Om misbruiken door de werkgevers te vermijden, veronderstelt zo'n zelfstandigheidsverklaring evenwel dat aan enkele specifieke minimumvoorwaarden wordt voldaan.
e.2 Uitbreiding van het wettelijke aanvullende pensioenstelsel voor
beroepsjournalisten naar zelfstandige beroepsjournalisten
Een koninklijk besluit van 27 juli 197124 voerde voor erkende beroepsjournalisten in loondienst een wettelijk stelsel van aanvullend pensioen in25. Dit wordt gefinancierd door een aanvullende werkgeversbijdrage van 2 procent op het brutoloon en een aanvullende werknemersbijdrage van 1 procent op het brutoloon. Dat dit aanvullende pensioen enkel voor loontrekkende beroepsjournalisten geldt, wordt al lang als een discriminatie in het nadeel van de zelfstandige beroepsjournalisten gezien.
Ook het onderscheid met de 'journalisten van beroep' van de gespecialiseerde/periodieke pers, roept vragen op. Bij de integratie van de beroepsstatuten 'beroepsjournalist' en 'journalist van beroep' (zie d.1/) moet er dan ook worden op gelet dat het aanvullende journalistenpensioen voor de volledige nieuwe categorie van professionele journalisten van toepassing is.
f) Verscherping van de wetgeving op auteursrechten ter vrijwaring van de rechten van de auteur/journalist
De wet van 30 juni 1994 heeft volledig terecht de bescherming op zich genomen van de auteurs van een origineel werk. Auteurs - en daar horen ook journalisten bij -beschikken principieel over alle vermogens-, beheers-en morele rechten op hun creaties.
Snel na de inwerkingtreding van de wet zijn de Belgische uitgevers evenwel begonnen met het afnemen van deze auteursrechten van de journalist, via zowel individuele contracten als collectieve arbeidsovereenkomsten. De uitgevers willen zo maximaal profijt halen uit het werk van hun journalisten in het perspectief van de multimediale ontwikkelingen.
Vandaag willen diezelfde uitgevers zelfs nog een stap verder gaan, en lobbyen ze voor een wettelijk vermoeden van overdracht van auteursrechten aan de uitgever, dit naar het Angelsaksische copyright-model.
De VVJ pleit voor een terugkeer naar het oorspronkelijke concept van een zuiver auteursrecht, dat de auteur opnieuw in ere herstelt en hem loon naar werken geeft. Financieel betekent dit:
- Voor elk eerste gebruik van een journalistieke bijdrage moet een gewone vergoeding worden betaald, het weze een loon, het weze een honorarium (plus onkostenvergoeding).
- Voor elk hergebruik van de journalistieke bijdrage zijn aanvullende auteursrechten verschuldigd.
- De inschakeling van journalisten in multimediamerken moet noodzakelijkerwijs gepaard gaan met een verhoging van de vergoeding (de basisvergoeding of het auteursrecht) voor hun werk.
- Onder geen beding kan worden ingegaan op de vraag van de Belgische uitgevers om in de auteurswet het primaire beschikkingsrecht aan de uitgevers te geven.
- Ook op moreel vlak moet de auteur terug de werkelijke beheerder van zijn werk worden. Zo dient hij volwaardig geraadpleegd te worden bij elk hergebruik van zijn bijdragen, en moet hij zijn toestemming kunnen geven voor elke aanpassing die eraangebeurt. Dit is des te belangrijker in het licht van de getrapte verantwoordelijkheid in persaangelegenheden uit artikel 25 Grondwet, die de allereerste aansprakelijkheid voor eventuele fouten in een persbijdrage bij de journalist persoonlijk legt.
Nog belangrijker is dat de overheid duidelijkheid geeft over de draagwijdte van de wet van 16 juli 2008, die met ingang van 1 januari 2008 een nieuw fiscaal regime voor auteursrechten heeft ingevoerd. Auteursrechten worden nu, na een interessante forfaitaire kostenaftrek, belast tegen een bevrijdende roerende voorheffing van 15 procent die door de uitgever wordt ingehouden. Op zich is deze wetswijziging ongetwijfeld positief voor de auteur. Alleen blijken in de praktijk de uitgevers nu alle vergoedingen aan freelancejournalisten om te zetten in auteursrechten. De VVJ en de JAM betwijfelen dat de fiscus en de RSZ of RSVZ dit zullen aanvaarden, en ze worden in die mening gesterkt door de minister van Financiën. De uitgevers van kranten en magazines houden echter voet bij stuk, reden waarom deze hoogst rechtsonzekere situatie dringend moet worden uitgeklaard.
g)Het wettelijke beroepsstatuut van journalisten -Aanpassingen van de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning van beroepsjournalisten
1)Eenmaking van de wettelijke statuten van beroepsjournalist (algemene informatiemedia) en journalist van beroep (gespecialiseerde informatiemedia)
Deze eenmaking leidt tot nog één enkel wettelijk statuut voor alle professionele journalisten, ongeacht of ze voor algemene of gespecialiseerde media werken. Zo wordt het mogelijk de belangen van deze journalisten op het terrein beter te verdedigen in hun verhouding met de ontelbare 'nieuwe' maar niet-professionele journalisten, die door de technologische revolutie ook actief zijn in de informatie-en communicatiesamenleving van vandaag.
- Afschaffing van het KB van 12 april 1965 tot instelling van identificatiedocumenten en -kentekens ten behoeve van de leden van de periodieke pers voor gespecialiseerde informatie (B.S. 21 mei 1965, err. 29 juni1965)
- Enkel indien wetgevingstechnisch nodig: wijziging van de erkenningsvoorwaarde
in artikel 1, 3° van de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist, door toevoeging van de notie "gespecialiseerde berichtgeving": "in zijn hoofdberoep en tegen bezoldiging deelnemen aan de redactie van dag- of periodieke bladen, radio-of televisienieuwsuitzendingen, filmjournaals of persagentschappen, een en ander voor algemene [of gespecialiseerde] berichtgeving"
2/ Versoepeling van het professionele combinatieverbod als
erkenningsvoorwaarde voor beroepsjournalisten (inclusief de journalisten van
beroep)
Artikel 1, 5° van de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist bepaalt dat deze erkenning onder meer afhangt van de voorwaarde "geen enkele vorm van handel drijven en met name geen op reclame gerichte werkzaamheid uitoefenen, behalve als directeur van een blad, een nieuwsuitzending, een filmjournaal of een persagentschap."
De onderliggende gedachte bij deze voorwaarde is de onafhankelijkheid van de beroepsjournalist te waarborgen, dit als tegenprestatie voor de faciliteiten die hij door zijn erkenning krijgt. Een te strenge toepassing van deze voorwaarde leidt er evenwel toe datberoepsjournalisten met precaire arbeidsstatuten -vooral freelancers, maar meer enmeer ook tijdelijke en interimkrachten -onvoldoende bestaanszekerheid kunnen opbouwen. Bovendien schiet zo'n rigoureuze toepassing in de praktijk ook het doel van de intellectuele onafhankelijkheid voorbij.
De bepaling kan versoepeld worden door de toevoeging "geen enkele vorm van handel drijven [die de professionele onafhankelijkheid van de journalist in het gedrang kan brengen]. De concrete invulling hiervan komt toe aan de
Erkenningscommissie voor beroepsjournalisten (opgericht bij KB van 16 oktober 1991).
De allereerste erkenningsvoorwaarde -dat journalistiek het bezoldigde hoofdberoep moet uitmaken (artikel 1, 3° van de wet van 30 december 1963) -blijft overeind.
Luc Vanheerentals
Lid van de raad van bestuur van de VVJ
Lid van de Sectorraad Media (Vlaamse adviesraad voor media)
Lid van de beroepscommissie voor erkenning van journalisten



horrobilis
Het is annus horribilis, ongeletterd kind.